1 min leestijd

Het ongemak van strategisch adviseren

Van teams Communicatie wordt vaak verwacht dat ze meer strategisch gaan adviseren. Maar wat versta je daar onder? 

Van teams Communicatie wordt vaak verwacht dat ze meer strategisch gaan adviseren. Maar wat versta je daar onder? 

Dat gesprek moeten we volgens mij vaker hardop voeren. Want vraagt de manager of bestuurder écht om strategisch advies of is het een verkapte vraag om ongewenst gedoe te voorkomen (zeg maar een gevalletje ‘regel jij het draagvlak even’)? En als je als communicatieprofessional de kans krijgt op het juiste niveau invloed uit te oefenen, ben je dan ook bereid het moeilijk gesprek aan te gaan als dat nodig is? Is strategisch adviseren alleen voorbehouden aan strategen en senioren of zou elke communicatieprofessional dat in de basis moeten doen? Om maar een paar vragen te noemen die de moeite waard zijn met elkaar te bespreken.

Strategisch adviseren is geen gemakkelijke opgave, want je wordt al snel gezien als degene die altijd van die moeilijke vragen stelt en dat wordt wisselend gewaardeerd ;-)

Hoe dat komt, wordt heel mooi verwoord in een recent verschenen essay van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) over ’Strategisch ongemak organiseren’:

Strategen moeten voortdurend afwegingen maken die onvermijdelijk ten koste gaan van het één of het ander. Het inbrengen van meerdere perspectieven kan bijvoorbeeld de kwaliteit van besluitvorming vergroten, maar gaat vaak gepaard met vertraging en daarmee met verlies aan snelheid of efficiëntie. Het inbrengen van niet heersende opvattingen en contrasterende beelden levert niet als vanzelfsprekend waardering op, maar het oogsten van lof is ook niet het doel.
Ongemak vormt goedbeschouwd de kern van het strategievak. Strategie binnen een overheidsorganisatie heeft dan ook vaak het karakter van een 𝘪𝘮𝘱𝘰𝘴𝘴𝘪𝘣𝘭𝘦 𝘫𝘰𝘣. Een type activiteit dat vanwege de inherente dilemma’s die erin besloten liggen altijd maakt dat de beoefenaren ervan zich – als ze het goed doen – in zekere mate onmogelijk maken. Ze roeien tegen de stroom in, bieden tegenwicht, denken de andere kant op, en hebben oog voor wat anderen vaak vanuit pragmatische reden van bestuurbaarheid (‘hoe moet het vooruit’) over het hoofd zien. Zo zijn strategen dus ‘onmogelijke types’. Het werk is moeilijk, maar het goed uitoefenen van dat werk maakt strategen ‘moeilijk’.

Lees het hele essay van Jorgen Schram, Laura Schröer, Mark van Twist, Martijn van der Steen op de website van de NSOB.